OBJS de Weerborg | Burg. P.A. De Rochefortstraat 14
Wehe Den Hoorn | tel: 0595-572228
Wat is Jenaplan?
In het begin van de vorige eeuw ontstond er een
beweging van mensen die niet tevreden waren met het
onderwijs van die tijd dat uitging van vaststaande leerstof
die voor alle kinderen gelijk was. Men wilde meer nadruk op
het kind (“Vom kinde aus”) in plaats van op de leerstof. Er
werden verschillende soorten ‘vernieuwingsscholen” gesticht,
zoals o.a. Montessorischolen (Maria Montessori) in Italië,
Vrije Scholen (Rudolf Steiner) in Duitsland, Dalton Scholen
(Helen Parkhurst) in Amerika, Freinetscholen (Celestin
Freinet) in Frankrijk en Jenaplanscholen (Peter Petersen) in
Duitsland. De grondleggers van deze bewegingen kenden elkaar
en ontmoetten elkaar op congressen over
onderwijsvernieuwing.
Peter Petersen was professor aan de universiteit van
Jena (Oost-Duitsland). Hij stichtte een experimenteer- en
oefenschool die aan de universiteit verbonden was. In 1962
werd de eerste Jenaplanschool in Nederland gesticht.
Mede door het werk van Suus Freudenthal-Lutter groeide het
aantal Jenaplanscholen in Nederland snel, er zijn er nu ruim
250.
De Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV) heeft de
uitgangspunten van Peter Petersen en zijn vrouw Else
Petersen verder geconcretiseerd en aangepast aan onze tijd
door het formuleren van twintig basisprincipes en zes
kwaliteitskenmerken waar Jenaplanonderwijs aan behoort te
voldoen.
Basisprincipes:
In de basisprincipes van het Jenaplanonderwijs vindt u
de uitgangspunten van Petersen, waarin hij de zorg voor het
eigene en unieke van elk kind combineert met zorg voor de
samenleving. De eerste vijf basisprincipes zijn gericht op
de individuele mens, basisprincipe 6 t/m 10 zijn gericht op
de samenleving en in de laatste tien basisprincipes wordt
beschreven hoe de school vorm geeft aan de voorgaande
basisprincipes.
Kwaliteitskenmerken:
De zes kwaliteitskenmerken van Jenaplan geven weer
vanuit welke uitgangspunten een Jenaplanschool
kinderen stimuleert, motiveert en opvoedt.
De basisprincipes en de
kwaliteitskenmerken kunt u als bijlage in onze schoolgids
vinden, ook kunt u de website
www.jenaplan.nl
raadplegen.
Welke vorm heeft
Jenaplanonderwijs?
Elke Jenaplanschool is ook te herkennen aan bepaalde
kenmerken van de organisatie van de school.
In het volgende zullen we een aantal veel voorkomende
vormkenmerken van Jenaplanscholen beschrijven. Daarbij
merken we op dat de vorm niet het belangrijkste is: de vorm
volgt de functie. Het gaat er om dat de basisprincipes en de
kwaliteitskenmerken in de school te herkennen zijn.
Basisactiviteiten:
Peter Petersen beschreef hoe in het Jenaplanonderwijs
vier basisactiviteiten te onderscheiden zijn: gesprek, spel,
werk en viering. Deze basisactiviteiten kun je zien als
werkvormen.
Gesprek:
in het
gesprek maken we contact, delen we gevoelens en ervaringen
en leren we van elkaar. In de Jenaplanschool vinden
gesprekken meestal in de kring plaats. In een kring kunnen
we elkaar goed zien en iedere plek is even belangrijk.
Spel:
spelen is van groot belang voor een goede en harmonische
ontwikkeling van kinderen. In het spel oefenen we elementen
van onze cultuur in een ongedwongen situatie. Op scholen is
er de mogelijkheid tot vrij spel (fantasiespel) en geleid
spel volgens bepaalde spelregels (drama, theater, dans,
muziek, sport, gezelschapsspelen, computerspellen).
Werk:
tijdens het werken zijn de kinderen bezig met het
verwerven van kennis en vaardigheden, die soms als “geheel”
binnen projecten of thema’s opgedaan worden, maar vaak ook
als aparte “cursus” (bijvoorbeeld: rekenen, taal, spelling,
topografie, handvaardigheid enz.) aangeboden worden.
Viering:
in
vieringen vertellen we elkaar wat ons bezig houdt. In
vieringen laten we zien dat we een gemeenschap zijn. We
delen onze gevoelens en gedachten. Vieringen kunnen gehouden
worden op jaarfeesten, maar ook bijzondere gebeurtenissen
binnen de school kunnen “gevierd” worden. Ook verdriet kan
gedeeld worden en in zekere zin in een “viering” aan de orde
komen. In Jenaplanscholen delen kinderen ook met elkaar wat
ze op school (gaan) doen; er worden weekopeningen en
weeksluitingen gehouden.
Ritmisch weekplan:
Het lesrooster wordt op een Jenaplanschool “ritmisch
weekplan” genoemd. In dit ritmisch weekplan wisselen de vier
basisactiviteiten en daarmee inspanning en ontspanning,
elkaar af. Het hoort immers bij een kind dat het na een
periode van concentratie weer wil ontspannen door
bijvoorbeeld praten (gesprek) en bewegen (bijv. spel), of
dat het na een poosje alleen werken weer samen wil werken
(bijv. in een viering).
Wereldoriëntatie:
Binnen Jenaplanonderwijs wordt wereldoriëntatie ook wel
het hart van het onderwijs genoemd. Eigenlijk is
wereldoriëntatie het doel van het onderwijs. Het kind moet
zich een plek in de wereld veroveren. Het moet de wereld
leren kennen en het moet leren hoe het zelf invloed op de
wereld uit kan oefenen om die plek te veroveren.
Jenaplanscholen willen kinderen vooral zelf ontdekkend en
onderzoekend bezig laten zijn. Zo zullen ze de wereld beter
begrijpen dan wanneer hen kant en klare leerstof aangeboden
wordt.
Om goed te kunnen ontdekken en te kunnen onderzoeken
moeten de kinderen echter wel over kennis en vaardigheden
beschikken. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen rekenen, lezen of
een tekening kunnen maken.
Deze vaardigheden leren alle kinderen op school.
Op Jenaplanscholen leren kinderen deze vaardigheden ook. Het
verschil is dat Jenaplanscholen deze vaardigheden zien als
middel om de wereld om ons heen te kunnen begrijpen. Ze zien
het niet als doel. Het leren van vaardigheden wordt op een
Jenaplanschool vaak een “cursus” genoemd (een cursus
rekenen, een cursus kaart-lezen, een cursus begrijpend
lezen).
Jenaplan op De Weerborg
In het
invoeren van Jenaplan als onderwijsconcept van onze school
hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet. De meeste
onderdelen van ons “Plan van aanpak invoering Jenaplan”
hebben inmiddels een plek gekregen in ons onderwijs. In het
volgende vindt u een beschrijving van het “plan van aanpak”
en hoe ver we daar mee zijn.
Opleiding:
Het schoolteam heeft de tweejarige opleiding voor het
Jenaplandiploma met succes afgerond. In contacten met andere
Jenaplanscholen en op studiedagen blijven wij ons scholen.
Als school doen we mee met het project "leren van elkaar",
waarbij leerkrachten van elkaar leren.
Op onze school betekent dat, dat we na klassenbezoeken
elkaar feedback geven, soms door middel van het nabespreken
van video opnamen.
Visievorming:
Tijdens de Jenaplanopleiding heeft het team de
kenmerken van Jenaplan kunnen doorgronden. Het team
heeft een duidelijke visie op wat Jenaplanonderwijs op onze
school betekent.
Kringen:
In alle groepen worden er diverse soorten kringen
gehouden. Samen heeft het team geformuleerd waaraan een
goede kring te herkennen is. In de vorige schooljaren
hebben de groepsleiders zich verder bekwaamd in het leiden
van kringen door het analyseren van video-opnames van
kringgesprekken in hun eigen groep.

Zelfstandig werken
:
Vanaf groep 3 werken kinderen zelfstandig aan een dag-
of weektaak. De kleuters kiezen hun werk zelfstandig door
gebruik te maken van “het planbord”. In alle groepen werken
we met “uitgestelde aandacht”. Dat betekent dat kinderen,
gedurende een bepaalde tijd, hun groepsleider niet mogen
storen en zelf hun probleem(pje) op moeten lossen. De
kinderen weten welk teken aangeeft dat er sprake is van
“uitgestelde aandacht”, de groepsleider kan zich dan bezig
houden met een ander kind, of groepje kinderen.
In elke groep staat een instructietafel waar de
groepsleider een groepje kinderen instructie kan geven.
Kinderen gebruiken een blokje met een vraagteken om aan
te geven dat ze graag hulp van de groepsleider hebben; ze
hoeven niet hun vinger op te steken en zeker niet te roepen,
of achter juf/meester aan te lopen.
Het systeem van zelfstandig werken heeft veel rust en
duidelijkheid in de groepen gebracht.
Blokperiode:
In de blokperiode kunnen kinderen zelfgekozen
activiteiten, projecten enz. uitvoeren. De leerkracht
stimuleert, motiveert en begeleidt de kinderen daarin.
In de blokperiode kunnen de kinderen diverse
activiteiten kiezen:
- Werken
in de schooltuin: onze schooltuin, de "BorgGaarde", heeft een
"productie"gedeelte (groente, bloemen) en een deel natuur-ontdektuin. De tuin
daagt de kinderen uit om zich op een breed gebied te ontwikkelen.
- Techniek:
in onze techniekkasten bewaren wij een grote sortering techniekmaterialen en
opdrachten waarmee de kinderen, van kleuters tot bovenbouwers, uitgebreid kunnen
experimenteren.
-
Creatieve opdrachten naar eigen idee.
- Een
studie maken van/over een bepaald onderwerp, met behulp van computer en/of
documentatie.
- Werken
in hoeken: werken in hoeken is al lang bekend in de kleutergroepen. Wij hebben
ook in de midden- en bovenbouwgroep verschillende hoeken, of mogelijkheden tot
het uitvoeren van activiteiten gecreëerd.

Geïntegreerde WO
(wereldoriëntatie):
In de onderbouw werken de kinderen aan de hand van
driewekelijkse thema’s rond een bepaald onderwerp op het
gebied van wereldoriëntatie. In de midden- en bovenbouw
wordt wereldoriëntatie aan de hand van de methode “De
Grote Reis” gegeven. Deze methode is opgebouwd rond
onderwerpen uit de belevingswereld van het kind. De vakken
aardrijkskunde, geschiedenis en biologie worden in deze
methode geïntegreerd gegeven, zo wordt de werkelijkheid niet
in vakken gesplitst, maar als een geheel benaderd. In de
nieuwe opzet van ons taalonderwijs spelen de thema's van "De
Grote reis" een grote rol.
Drie keer per jaar houden wij een project dat vaak ook
een thema heeft op het gebied van wereldoriёntatie.
Ook de activiteiten tijdens de blokperiode, met name
Techniek en het werken in/met/over de schooltuin, dragen bij
aan de oriёntatie van het kind op zijn wereld.
Taalonderwijs:
Wij werken met een eigen opzet van het taalonderwijs,
waarin veel meer aangesloten wordt bij het onderwijs in
wereldoriёntatie. Wij noemen het WOtotaal . In WOtotaal
bereiken wij de kerndoelen van het taalonderwijs door bij de
taaloefeningen uit te gaan van de thema's van
wereldoriëntatie ("De Grote Reis"). Het taalonderwijs op de
Weerborg wordt grotendeels gegeven in de gehele stamgroep,
waarbij communicatie en functionele taal voorop staat.
Spelling, technisch lezen en begrijpend lezen
blijven wij in aparte cursussen op het eigen niveau van het
kind geven.
Wij kunnen verantwoorden dat de kerndoelen van
taalonderwijs gehaald worden.
Vieringen:
Wij vieren de jaarfeesten met de hele school. Verjaardagen
van kinderen worden in de groep gevierd. De verjaardagen van
de groepsleiders worden gezamenlijk gevierd op de jaarlijkse
“meester- en juffendag”.
De drie projecten die we jaarlijks houden worden elk
geopend met een optreden van alle groepsleiders voor de
kinderen. Elk project wordt afgesloten met een viering
waarbij de kinderen aan ouders en andere belangstellenden
laten zien wat ze tijdens het project gedaan hebben. Eéns
per drie weken wordt er een viering gehouden waarin kinderen
aan de andere kinderen van de school laten zien wat ze
gedaan/geleerd hebben.

De rapportage naar kinderen en
ouders:
In onze nieuwe manier van rapportage willen wij de
ontwikkeling van het kind zowel met de ouders als met het
kind zelf bespreken. We hebben gekozen voor een tweedeling
in een subjectieve manier van rapporteren naar het kind en
een objectieve manier van rapporteren naar de ouders. We
willen elk kind vanuit zijn/haar eigen mogelijkheden
beoordelen en het kind stimuleren en motiveren in zijn/haar
eigen ontwikkeling. In het rapportagegesprek met de ouders
bespreken wij ook de ontwikkeling van de resultaten en het
niveau waarop het kind werkt. In paragraaf 4.3 kunt u hier
meer over lezen.
Voor de toekomst:
In de komende jaren zullen wij bezig zijn met het
verstevigen en borgen van de zaken die we nieuw ingevoerd
hebben.
“Techniek”, het "werken in/over de schooltuin",
staan inmiddels wekelijks op het rooster en zullen in het
leerstofaanbod verder gestalte krijgen. Als "voorhoedeschool
techniek" werken wij in de regio samen met andere scholen
bij de ontwikkeling van ons techniekaanbod.
De ontwikkeling en uitvoering van WOtotaal zal in het
schoolteam gevolgd, geёvalueerd en verder geborgd worden.
En natuurlijk willen wij als schoolteam blijven leren
om het steeds beter te doen.